Voorbeelden uit de praktijk

Brandveiligheid in stallen

Het Verbond van Verzekeraars, LTO Nederland, de Rijksoverheid, Brandweer Nederland en de Dierenbescherming presenteerden in 2011 een ‘Actieplan stalbranden 2012-2016’ en richtten een werkgroep op om de brandveiligheid in stallen te verbeteren.

Staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken nam adviezen uit dit Actieplan over en schreef in januari 2013 in een brief aan de Tweede Kamer dat veestallen voortaan brandveiliger gebouwd moeten worden. Gevolg is dat de overheid per 2014 wijzigingen in verband met de brandveiligheid in het Bouwbesluit opneemt. Door dit gewijzigde Bouwbesluit en de noodzaak om bij veehouders de bewustwording over brandveiligheid te stimuleren, worden in de herziening van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) nieuwe brandveiligheidsmaatregelen opgenomen.

Bouwbesluit
Het Bouwbesluit gaat over verplichte wettelijke brandveiligheidseisen. Dit betekent dat veestallen aan nieuwe eisen moeten voldoen tijdens de aanvraag van de bouwvergunning. Zo moeten bij nieuwbouw de technische ruimtes –zoals meterruimtes, stookruimtes en liftmachineruimtes - minimaal 60 minuten brandwerend zijn. Constructieonderdelen van stallen en de aankleding van stallen bij nieuw- en verbouw moeten ten minste voldoen aan brandklasse B.

Brandveiligheid in MDV
Voor de herziening 2014 zijn er voor MDV bovenwettelijke keuzemaatregelen voor het thema brandveiligheid uitgewerkt. De veehouder moet een minimaal aantal punten op deze maatlat behalen. Het gaat hierbij om concrete investeringen voor het voorkómen en bestrijden van stalbranden. De keuzemaatregelen gelden voor alle sectoren; een aantal specifieke maatregelen zijn voor bepaalde diercategorieën opgenomen.

Stalbrand: kleine kans, grote gevolgen
De kans op een stalbrand is misschien klein, de gevolgen kunnen zeer groot zijn. Niet alleen zijn er meestal veel dierlijke slachtoffers, een afgebrande stal betekent ook een productiestop omdat er een nieuwe stal moet worden gebouwd en deze opnieuw moet worden bevolkt.
Kortsluiting in het elektrische circuit is een belangrijke veroorzaker van een stalbrand. Het kan dan gaan om het zelf installeren van ‘onveilige’ apparatuur met als gevolg overbelasting/oververhitting van kabels en groepen. Uit onderzoek van verzekeraars blijkt dat ook bij nieuwbouw er in 25% van de gevallen fouten zitten in de aanleg van elektriciteit en installaties. Andere oorzaken van brand zijn zelfontbranding of oververhitting van installaties en machines (zelfontbranding trekkers in stal e.d.), open verwarmingssystemen (met name gasheaters / heteluchtkanonnen bij vleeskuikens) en brandgevaarlijke werkzaamheden (lassen, slijpen en dergelijke).

Voorbeelden brandveiligheidsmaatregelen MDV
Brandveiligheidsmaatregelen in veestallen moeten vooral gericht zijn op het voorkómen van het ontstaan van brand. Daarnaast is het belangrijk dat er maatregelen zijn genomen om de verdere ontwikkeling en overslaan van de brand te beperken.

 

Voorkómen brand

  •  Objectinformatiekaart waarop locatie is aangegeven van stallen, toegangsdeuren, nutsvoorzieningen, bluswaterput, brandgevaarlijke stoffen
  • Bouwblokindeling met oog op brandveiligheid, zoals voldoende afstand tussen stallen onderling en risicovolle installaties
  • Volgen cursus brandveiligheid
  • Controle op en herstel van installatiefouten bij oplevering elektrische installaties door een onafhankelijke partij
  • Geen verwarmingstoestellen met open verbranding

Bestrijden brand

  • Aanwezigheid brandmelders, branddetectiesysteem, brandblussers, brandslanghaspel in dierverblijven en technische ruimtes
  • Brandklasse A of B voor bouwmateriaal bovenwettelijk, zoals hokinrichting (voerbakken, e.d.)
  • Noodvoorzieningen waardoor ventilatie in naastgelegen dierverblijven blijft werken.
  • Sprinkler- of watermistsysteem
  • Onbrandbare bedding in de stal

Meer informatie
Annika de Ridder, projectleider agro/food

De kans op een stalbrand is misschien klein, de gevolgen kunnen zeer groot zijn.
Terug naar overzicht